Reading File 19 Ten Little Niggers/
And Then There Were None
Hoe zit een Reading File in elkaar?
Elke Reading File bestaat uit
twee delen:
A. het boek
Bij elk hoofdstuk uit het boek staat een aantal vragen en opdrachten. Tijdens het lezen van het hoofdstuk dien je de vragen te beantwoorden en de opdrachten uit te werken. Er zijn ook algemene vragen die je voor of na het lezen van het boek kunt beantwoorden
B. het verslag
In het tweede gedeelte gaat het om je eigen beleving van het boek, wat je van het boek vond. Er wordt niet zomaar om je oordeel gevraagd; door de vragen van dit gedeelte te beantwoorden ontstaat je persoonlijke verslag.
![]()
Algemene vragen en
opdrachten
Deze vragen en opdrachten kun je nu doen, maar ook als je met de andere vragen en opdrachten klaar bent.
1. Noteer de schrijfster van deze roman.
2. Probeer wat autobiografische gegevens over de schrijfster te vinden, die verband houden met dit boek.
3. Wanneer is de roman gepubliceerd?
4. In welke land speelt het verhaal zich af?
5. Hoe lang duurt het verhaal?
6. Verklaar de titel van het verhaal.
7. Tot welk genre behoort dit boek?
8. Wat is het thema van dit boek, of met andere woorden: welke 'boodschap' heeft de auteur voor zijn lezers?
9.
What
do the initials U.N.O. stand for?
10. Where are all the characters heading
for/going to?
11. In the first two chapters, a
description is given of Anthony Marston. Describe him in your own words.
12. (Do not answer this question
immediately, but read the book first). In chapter two, there is a nursery
rhyme. Why is this rhyme so important that it is mentioned?
13. After dinner, a record is played.
What is the title of that record?
14. What does the message on the record
disclose?
15. why are the names mentioned in this
order?
16. What do the characters do in chapter
four?
Read Chapters Five and Six.
17. Who dies first and how does he/she
die?
18. What part do the china figures on
the table play?
19. Who is the second to die and how
does he/she die?
20. How does Mrs Brent look upon the
second death?
21. How do the others look upon it?
Read Chapters Seven, Eight and Nine.
22. How does Miss Brent account for what
she is charged with in chapter four? What is her story?
23. Armstrong, Lombard and Blore plan to
search the island thoroughly to see whether U.N.O. is hiding out somewhere.
What is the outcome of their search?
24. Who dies third and how does he/she
die?
25. As did the three men who searched
the island, Judge Wargrave comes to the same conclusion. What conclusion? What
part does Judge Wargrave play in the conversation that follows?
26. Who does Vera Claythorne believe is
the killer and why? And what about Philip Lombard?
27. Who dies fourth and how does he/she
die? Before the body is discovered, how do we get to know that another person
has been killed?
28. How is Emily Brent killed?
29. Emily Brent hears somebody
approaching. Why does she not turn around and face her “killer bee”?
30. What does the group decide after
Miss Brent’s death?
31. All the characters are being
described as bestial types. Judge Wargrave resembles a tortoise, Vera
Claythorne a bird. What animals would you compare ex-inspector Blore and Philip
Lombard to?
32. Who dies next? Is there anything
strange about his/her death?
33. At a certain moment the remaining
characters think they know who is the killer. Who do they think is the killer
and why do they consider him to be the murderer? What clue do they get that
this person is not the murderer, but that he is murdered?
34. How does ex-inspector Blore die? Is
this in concordance with the rhyme earlier in the book? (use quotes)
35. Vera Haythorne kills Philip Lombard
because she believes he is the killer. But what happens to Vera?
36. What is the problem the inspector and
the Assistant Commissioner at Scotland Yard are faced with?
37. How do they get to know the truth
after all?
38. Who turned out to be the killer in
the end?
39. Can you explain why he committed
such a monstrous deed? (you may use quotes)
De antwoorden en uitwerkingen van al deze vragen en opdrachten vormen samen een boekverslag. Je gaat nu een persoonlijk verslag schrijven met behulp van de vragen hieronder. Het gaat vooral om je persoonlijke ervaringen tijdens het lezen en je eigen oordeel over het verhaal.
![]()
B. het verslag
40. Vertel waarom je het verhaal al of niet moeilijk vond en gebruik daarbij één of meer van onderstaande redenen:
- er komen veel / weinig moeilijke woorden in voor
- de schrijfster gebruikt lange, ingewikkelde / korte eenvoudige zinnen
- er komen veel / weinig personen in voor
- het Engels van de schrijfster is anders dan / hetzelfde als het Engels wat je op school hebt geleerd
- er komen in het verhaal veel / weinig namen en begrippen voor die je niet kent
- je weet genoeg / te weinig van de historische/sociale achtergrond van het verhaal
- je moet veel / weinig tussen de regels door lezen
- de schrijfster vertelt het verhaal wel / niet in chronologische volgorde
- de schrijfster weidt nogal eens / weinig uit
41.
a. Wat vind je van de schrijfstijl van de schrijfster? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: zakelijk, afstandelijk, objectief, subjectief, hoogdravend, sentimenteel, satirisch, ironisch, .........
b. Wat vind je van de verteltrant van de schrijfster? Gebruik in je antwoord één of meer van de volgende woorden: spannend, meeslepend, boeiend, saai, langdradig, onsamenhangend, ..........
42. Vind je dat de titel van het verhaal een kernachtige weergave van de inhoud en het thema is?
- Ja, want ..........
- Nee, want ..........
43. Welke gevoelens heeft de hoofdpersoon, Judge Wargrave, bij je opgeroepen tijdens het lezen? Maak bij je antwoord gebruik van één of meer van de volgende woorden:
- begrip, sympathie, bewondering, respect, gemengde gevoelens, medelijden, irritatie, afkeuring, verachting, walging, ...........
- Probeer bij jezelf na te gaan waarom je dat voelde.
44. Beschrijf het karakter van de hoofdpersoon. Gebruik bij de beantwoording één of meer van de volgende woorden:
- gesloten, zelfverzekerd, introvert (= in zichzelf gekeerd)/extrovert (= op de wereld gericht), eerlijk altijd eerlijk, rustig, moeilijk, ..........
45. Zou je met Judge Wargrave kunnen vereenzelvigen? Probeer eens uit te leggen waarom wel of juist niet.
46. Welke persoon in het verhaal vond je het meest onsympathiek, behalve Judge Wargrave? Verklaar waarom.
47. Wat vind je van het einde van het verhaal? Zou je liever een ander einde hebben bedacht? Wat voor einde en waarom wel/niet?
48. Een klasgenoot wil dit boek gaan lezen. Schrijf een positief of negatief advies van ongeveer 25 woorden.
49. Zou je nog wel eens een andere roman van deze schrijfster willen lezen? Licht je antwoord kort toe.
Voeg nu je boekverslag en je persoonlijke verslag bij elkaar en je hebt een compleet boekverslag.